Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

De pijl

Door Erik Clyncke

.Pijl” Volgens van Dale Groot Woordenboek » dunne, lichte staaf van hout of een andere stof, in een scherpe punt of ronde,platte dop eindigende, bestemd om met een boog naar een doel geschoten te worden.

Over pijlen is veel te zeggen en te schrijven.  Nog steeds komen er nieuwe snufjes op de markt. Bij het schieten op een doel wordt voornamelijk met aluminium pijlen geschoten. Bij het schieten op de “staande wip” worden carbon pijlen gebruikt, maar ook hier zijn vernieuwingen in aantocht. Wij houden het hier dus bij de “gewone” carbon pijl, met een schachtlengte van ca. 80 cm. en die niet zwaarder dan 100 gram mag zijn.
Een meet of pijlnok (ook 
wel “keep of tinte” genoemd) zit aan de achterkant in de
pijlschacht. Hij dient om de pijl op de pees in het
nokpunt “vast” te zetten. Hij is van kunststof en zo gemaakt dat de pees van de boog goed in de groef past.

De meet of pijlnok



 Een meet of pijlnok (ook wel “keep” of "tinte" genoemd) zit aan de achterkant in de pijlschacht. Hij dient om de pijl op de pees in het nokpunt “vast” te zetten. Hij is van kunststof en zo gemaakt dat de pees van de boog goed in de groef past. Meten zijn in verschillende uitvoeringen verkrijgbaar, afhankelijk van de schachtdiameter en de peesdikte. De meet moet dezelfde diameter als de pijlschacht hebben om naadloos in de pijlschacht op te kunnen gaan. Belangrijk is dat de meet op (grote) afstand te zien is, omdat het voor kan komen dat de meet uit de pijlschacht valt als de pijl vol tegen de prang komt. (groene meet op gras ??) Als de meet in de pijl zit dient de indexveer haaks op de bovenkant van de pijlschacht te staan als je de meet in het nokpunt (= de uitsparing) in het midden van de pees hebt geklikt.

De veren



 Er worden twee soorten veren gebruikt:

Natuurveer: gemaakt van katoen- of ganzenveren.
Kunststofveer (plastic): harde of zachte kunststof veren.
Bij het schieten op de “
staande wip” worden hoofdzakelijk kunststofveren
gebruikt. De kunststofveren hebben het voordeel dat ze geen vocht opnemen en dat ze minder weerstand bieden omdat ze te dun zijn.
Veren aan de onderkant op de pijlschacht hebben een dubbele rol:  a/het compenseren van het pijlevenwicht ten opzichte van de pijldop. b/het sturen én stabiliseren van de pijl tijdens de vlucht.  Er wordt met 2 kleuren veren gewerkt. Dit is gedaan om de pijl gemakkelijker (lees: sneller) haaks op de pees te kunnen aanbrengen als men de pijl wil vastklikken. De ene veer, de indexveer, met een andere kleur (hier geel ), staat nu naar boven gekeerd. U neemt de pijl zo vast dat de veren links en rechts, van dezelfde kleur, tegen de pijlschacht zichtbaar zijn. Dus 2 dezelfde kleuren, links en rechts schuin naar beneden, en 1 kleur (index) recht naar boven. Mochten één of meerdere veren versleten of stuk zijn dan kunt u deze ook zelf vervangen. Probeer de oude lijm zoveel mogelijk te verwijderen met een niet al te scherp mesje. Reinig de pijlschacht en de hechtkant van de nieuwe veer met alcohol. Breng wat speciale verenlijm (bij de booghandelaar) op de nieuwe veer aan en druk deze op exact dezelfde plaats op de pijlschacht terug. Mocht u zelf een “veren zet-apparaatje” hebben dan werkt dit gemakkelijker. 

De pijlschacht

Houten, conische pijl met groene indexveer

De pijlschacht kan van verschillende materialen gemaakt zijn.

Vroeger:
Riet: de primitieve volkeren gebruikten een stevig riet, soms uit noodzaak.
Hout: ceder, beuk of essen. Deze liep meestal conisch (kegelvormig) uit.
Tegenwoordig: 
Kunststof van diverse samenstellingen (bij “staande wip”).
Glasvezel: deze vezels worden in kunstharsen gedrenkt (bij “staande wip”).
Carbon (bij “staande wip”).
- De diameter van pijlen voor de “staande wip” ligt tussen de 8 en 12 mm. Ø.
- De lengte van de pijlschacht is ca. 80 cm.
- Het gewicht van de pijl: tot 100 gr.
Aluminium-carbon: composiet (= samengesteld) aluminium buis wordt getrokken en
daarna voorzien van een koolstof laag (
niet voor “staande wip”).
Aluminium: holle schacht uit verschillende legeringen aluminium (niet voor “staande wip”).
• Pijlen, zwaarder dan 100 gram én pijlen van aluminium schacht en/of met een
vulling zijn door de NBvW, KNBBW-FRNAB en de UAANF verboden. 
• De pijlschacht moet zo recht mogelijk zijn.

Afmeting pijl en/of treklengte

Het gewicht moet zo laag zijn om zoveel mogelijk energie te kunnen overbrengen voor het voortstuwen van de pijl. Een zwaardere pijl, zoals de “staande wip”-pijl, heeft wel meer massa en blijft langer zijn snelheid volhouden. Zijwind brengt een zwaardere pijl tevens moeilijker uit zijn koers. Controleer het zuiver-recht zijn van de pijlschacht door deze, als in getoonde afbeelding hier boven, in de hand rond te draaien. De schacht mag hierbij niet wegdraaien of verticaal heen en weer bewegen. Alle pijlen van één schutter kunnen het best identiek zijn, dat wil zeggen: allemaal even zwaar, even lang, dezelfde pijldop, meet, veren én dezelfde doorsnee van pijlschacht hebben. Dit om steeds een constant schot te kunnen (blijven) reproduceren. Dus ook als uw pijl eens breekt of de dop kapot is en u een andere pijl moet nemen.

De maatpijl en treklengte


Voor elke individuele schutter moet de treklengte van al zijn pijlen gelijk zijn. Dit heeft te maken met zijn armlengte. Deze lengte wordt gemeten vanaf de meetgroef van de meet tot aan het einde van de pijlschacht, net vóór de dop. Deze treklengte moet voor elke schutter individueel gemeten worden, omdat niet elke schutter even ver uittrekt. De beste methode om zijn treklengte te meten is het gebruik van een maatpijl. Dit is een pijlschacht met indelingen in centimeters erop. De schutter moet enkele keren de boog met de maatpijl spannen om zo het gemiddelde ofwel de exacte treklengte van zijn pijl te vinden en zodoende zijn pijllengte, bij (nieuwe) aanschaf, te weten.

De pijlsteun



  De pijlsteun is een van dun staaldraad gemaakt accessoire, dat dient om de pijl aan de bovenzijde “vast” te houden. Doordat de pijl verticaal naar boven wijst, als men heeft aangelegd, zou deze met de wijsvinger lichtjes tegengehouden moeten worden. Doet men dit niet goed (drukken) dan kan de pijl, bij het verlaten van de boog, in een verkeerde richting “geduwd” worden. Bij het voorkomen van de indexveer kan in de top van de wijsvinger ook een sneetje ontstaan, doordat de veer, die meestal van een plastic materiaal is gemaakt, in de vinger kan snijden. Depijlsteun verhindert dat, omdat door het gewicht van pijl + pijldop aan de bovenkant, de pijl bij het uitrekken van de pees niet uit de veren van de
pijlsteun kan vallen en men de vinger hiervoor niet hoeft te gebruiken. Door té veel buigen van de staaldraad kan de pijl ook een verkeerde richting aannemen. Bij aanschaf worden de stalen veren “ingesteld” op de pijlschacht dikte. Het is dus zaak dat de pijlsteun stevig én haaks geplaatst is en dat de metalen veren niet al te strak staan.
En let op!: laat de veren, na instelling in de “boogshop”, zoveel mogelijk met rust.

De pijldop of hoorn


De pijldop, die gebruikt wordt bij het schieten op de “staande wip”, kan qua vorm en door het gebruik van dunnere of dikkere pijlschachten, wel wat afwijken. De diameter van het raakvlak is dan niet altijd hetzelfde. Deze moet voor senioren tussen minimaal 22 en maximaal 28 mm. Ø liggen. Meestal wordt geschoten met pijldoppen van 25 mm. Ø of nét zo groot als een muntstuk van € 2,00.
De jeugdleden schieten met pijldoppen van 18 mm. Ø minimaal.De pijlschacht wordt in de pijldop gedrukt of gelijmd. Bij het erin drukken doet een enkel stukje van een elastiekje, dat gelijktijdig mee geschoven wordt, “wonderen” voor wat betreft de stevigheid. De bovenkant van de pijldop of hoorn moet volledig vlak zijn. Als de pijldop erop kan worden geschroefd moet de schroefkop volledig verzonken zijn.

 Diverse pijldoppen voor de "staande wip"