Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

De trekkracht

Door Erik Clyncke

 Trek” Volgens van Dale Groot Woordenboek » het trekken als kracht die op materiaal werkt, en vervolgens de spanning die daardoor erin optreedt.

De trekkracht van de werparmen wordt uigedrukt in Engelse pounds, Lbs (Lb betekendLibra pound. Lbs is het meervoud, dus: pounds). Het trekgewicht wordt volgens de A.M.O.standaard (Archery Manufactory Organisation) bepaald bij een gestandaardisserde uittreklengte,van 26,25 inch (= 66,675 cm.). Zo kan men het prestatievermogen van de bogen onderling vergelijken.

Omrekentabel voor afstand: 

1 inch naar cm. = 2,54 cm. / 1 cm. naar inch = 0,39 inch / 1 foot naar cm. = 30,48 cm. / 1 cm. naar foot = 0,03 foot 
Omrekentabel voor gewicht:

1 Lb. naar kg. = 0,453 kg en 1kg naar Lb = 2,2 Lbs

 Op de handboog staat aan de voorkant (= de kant waar u tegen aankijkt bij het schieten) van de onderste werparm de trekkracht van de boog, door de fabrikant in Engelse pound aangegeven, bij een treklengte van 28 inch. Bijvoorbeeld: #20 @ 28”.
Dat betekent dat bij een volle treklengte van 28 inch (ca. 70 cm.) het trekgewicht (de kracht 
om de pees uit te trekken tot 70 cm.) 20 pound (9,06 kg.)

 zal zijn. Deze 28 inch wordt gemeten op 26.25 inch (ca. 66,5 cm.) van het nokpunt tot de smalste breedte van het handgreep (dit komt meestal overeen met de hoogte van de pijlsteun) + 1,75 inch (ca. 4,5 cm.).
Een eenvoudige manier om, bij benadering, het trekgewicht vast te stellen.
Voor elke inch (= 2,54 cm.) lengte die je verder of korter trekt, moet je respectievelijk voor het trekgewicht 2 pound (0,906 kg.) optellen of aftrekken.
L Bij een handboog van meer dan 40 pound (18,12 kg.) trekkracht moet je 3 pound (1,36 kg.) optellen of aftrekken. Men kan deze kracht ook meten met een “boog unster”, een apparaatje dat op basis van een veer werkt en waarbij een aangebrachte schaal aangeeft welke kracht gebruikt wordt. Het trekgewicht kan variëren van ca. 15 tot 55 pound (6,8 tot 24,92 kg.). In België mag de trekkracht tot 70 pound (= 31,5 kg.) bedragen. Er zijn nog zwaardere recurve- en compoundbogen, maar die zijn vooral bedoeld voor de jacht. Ze zijn meestal ook niet demontabel en vallen buiten de reikwijdte van dit artikel. Het middenstuk van een recurveboog is zo gemaakt dat, in de behuizing (de z.g. pocket), waar de werparmen ingestoken en/of op bevestigd worden, een schroefmechanisme zit, waarmee men de hoek, waaronder de werparmen functioneren, kan verstellen. Op een compoundboog zit dit schroefmechanisme ook. Zo kan men het trekgewicht van de boog en het werpvermogen ongeveer 10 % laten variëren. Dit blijkt een uitgelezen hulpmiddel te zijn bij het afstellen van de boog, ook wel het “tunen van de boog” genoemd.
Het is raadzaam om dit bij uw boogwinkel te laten doen!
De trekkracht van een handboog is afhankelijk van hoe ver de boog wordt uitgetrokken. Hier komt het grote verschil tussen recurve- en compoundbogen om de hoek kijken. ! Bij een recurveboog loopt de trekkracht evenredig aan de treklengte op. Hoe verder je de boog uittrekt, hoe harder je dus moet trekken. De trekkracht van een recurveboog wordt in pounds weergegeven bij een bepaalde uitgetrokken lengte (28 inch). Trek je de boog verder of minder ver uit, dan zal de benodigde kracht dus ook toe- of afnemen.

Verschil trekkracht recurve- katrolboog




Bij een compoundboog loopt eerst de kracht die je moet zetten op, vervolgens blijft
deze gelijk en daarna daalt de trekkracht weer. Dit komt doordat de wielen (katrollen), waar de pees overheen loopt, niet centrisch gelagerd zijn. De trekkracht van de boog is dan ook niet de trekkracht die je moet zetten op de 
treklengte, maar op de maximale kracht die je ergens in het traject van het uitrekken (spannen) van de boog nodig hebt. Dit houdt bij een 40 pound (18,12 kg.) compoundboog in, dat je op de treklengte van 28 inch (ca. 66,5 cm.) nog maar ca. 28 pound (12,684 kg.)
behoeft te trekken 

De pees



Pees” Volgens van Dale Groot Woordenboek » snoer van samengevlochten darmen of draden, met name dienende tot het spannen van een boog.
“Nokpunt” Volgens van Dale Groot Woordenboek » punt op een boogpees waarop bij het schieten de pijl moet worden vastgeklemd.

Dit onderdeel komt tegenwoordig in 2 hoofduitvoeringen voor; een pees voor de “gewone” of recurveboog en een voor een “katrol”- of compoundboog. Bij een gewone- en bij een recurveboog wordt gebruik gemaakt van een enkelvoudige pees die met twee lussen aan de uiteinden van de werparmen bevestigd wordt. In het midden van de pees zitten 2 wat dikkere windingen  of wikkelingen: een (gekleurd) gebiedje in het midden van de pees, dat aangeeft waar de pijl in geklikt (genokt) moet worden. In de praktijk wordt dit deel, daar waar de meet of nok van de pijl “in klikt” ook wel gemarkeerd door één of twee nokringetjes.

Sommige zijn verstelbaar met losse delen en worden bij aanschaf van de handboog al op de pees gezet. (onderste foto)

Bij een katrol- of compoundboog is de pees drie maal langer en is in een speciale constructie op de wielen (katrollen) gezet. Het “zetten” van de pees gebeurt al bij aanschaf en kan, afhankelijk van het gebruik én onderhoud, 2 tot 4 jaar meegaan.